Clubrit 31

Bekende wegen

Zondagochtend, 7 graden. Het peloton stond bij de kerk alsof de club een modeshow had georganiseerd: de ene helft in winterjas en dikke handschoenen, de andere helft in korte mouwen, alsof het nog hoogzomer was. Wie gelijk had? Ik zeg: de handschoenen.

Om klokslag acht uur vertrokken we, met precies nul genade voor wie te laat was. Dat strenge vertrek past bij het bestuur. Als het hun uitkomt, treffen ze maatregelen die Noord-Korea waardig zijn. Maar als het hén niet uitkomt, zijn ze ineens weg. De ene keer is er in Amerika een vliegtuig gemist, de andere keer is mountainbiken blijkbaar leuker dan de eigen club vergezellen op dagtochten. Regels zijn dus vooral voor de leden.

Met veertien man knalden we Rucphen uit voor de wekelijkse 100 kilometer, die vandaag 97 werd. Adri reed vooraf nog zijn eigen extra kilometers, dus die was al warm voordat wij wakker waren.

Natuurlijk was onze oude nestor Cees Looijen (79) weer van de partij. Vroeger een gevreesd coureur, en nog altijd goed voor minimaal drie bollekes na afloop. Een fietstocht zonder biertje is immers geen fietstocht. Frans Elsten, groot op én naast de fiets, miste het biertje op het terras. Hij vierde de verjaardag van hemzelf en zijn vrouw met onder anderen zijn kleinkinderen bij de binnenspeeltuin, waar ze volgens Frans gelukkig ook koude flessen hebben. Ook Van Ebbie was er niet, maar gaf toch een teken van leven met een foto halverwege. Dat werd een half filmpje, waarschijnlijk uit zenuwen, want zijn zoontje reed zijn allereerste wedstrijd op het parcours waar wij vandaan kwamen.

Via Nispen wilden we onze vaste route langs Essen terug naar Rucphen nemen, maar Mohammed hield ons tegen als verkeersregelaar en stuurde ons over de buitenwegen. Bij die omleiding ging het mis voor Adje Vergouwen: hij vergat een paaltje in de gaten te houden en lag ineens op de grond. Vergeven, Adje.

We hadden vandaag precies één lekke band, en die was van mezelf. Gelukkig waren René en Ron er, die als bestuursleden meteen te hulp schoten bij deze coureur met twee linkerhanden. Dus ja, ook dat is het bestuur: als het nodig is, staan ze er wél.

De eerste uren waren koud, de laatste heerlijk in het zonnetje. Andres Vervaart probeerde onderweg nog aan te haken, maar tevergeefs. Op het terras maakte deze grote speler de aansluiting gelukkig wel.

Daar zat ook Peter J., met krampen. Hij had meegefietst op zijn gloednieuwe fiets met carbon frame en carbon wielen, een lust voor het oog, maar zijn benen deden niet mee. En aan de bergen lag het niet, want het bleef bij 158 hoogtemeters. Dat had hij kunnen voorkomen met meer gezonde pannenkoeken, gebakken van meel van zijn eigen molen. Bij die fiets hoorde ook een verhaal: de oude zou gestolen zijn achter de camper op de Alpe d'Huez, waarna hij thuis meteen een nieuwe had besteld. Een leugentje om bestwil, zou je denken, maar dit was een hele grote leugen. Wie een carbon fiets wil kopen, heeft geen dief nodig als alibi. De club heeft het door, Peter.

Ondertussen kwam Henk V. nog even voorbij fietsen en zwaaien, terwijl wij gezellig op het terras zaten. Hij rijdt tegenwoordig niet meer mee, maar vroeger was hij met zijn grote lijf en zijn handen als kolenschoppen gevreesd tot ver buiten Rucphen. Nu zwaait hij vriendelijk.

Er kan maar één winnaar zijn, en dat is dit jaar officieel Adri van Kuijck, mede doordat Adje Vergouwen tijdens zijn vakantie weigerde in de regen te fietsen. Gefeliciteerd, kampioen Adri. De informele winnaar is volgens mij ook duidelijk: onze goede ouwe Cees. Op het terras fluisterde hij me toe dat hij Adri graag uitdaagt voor een onderling duel, heen en terug: "Ik ben misschien 79, maar laat maar zien wie hier de grootste is." Cees ten voeten uit. Op donderdag rijdt hij dit jaar regelmatig 37 à 38 gemiddeld mee met de grote jongens, om daarna drie tot vijf bollekes weg te werken. Het gerucht gaat dat Cor bij vijf in opstand kwam, omdat Cees dacht dat hij 29 was in plaats van 79.

Volgende week is de laatste rit en ben ik er niet bij. Maar ik heb dit jaar volop genoten van de momenten dat ik er wel was: de saamhorigheid, het echte teamgevoel, voor en na de rit één eenheid in het geel. Misschien wordt het ooit een andere kleur. Marijn de Kok kan vast een fantastisch ontwerp maken, zodat we in iets hippere clubkleuren rondrijden en ook op het terras met onze tenues respect afdwingen.

En dan nog even over de Belgen bij de spoorweg in Nispen. Die rijden hun eigen club liever uit elkaar dan dat ze de gele brigade uit Rucphen serieus nemen, terwijl hier toch echte kleppers tussen zitten.

Er zijn oudere rotten en jongere goden, maar samen zijn we één club. Laten we hopen dat dat nog lang zo blijft en dat we elke zondag een mooie tocht kunnen maken, waarbij de kleine spelers meteen naar huis fietsen en de grote spelers een groot biertje drinken. Salut!

Jorrit Ivens