Clubrit 20
Philipsdam
Met de gele intercity over de Philipsdam
Ik hoefde me nog net niet opnieuw voor te stellen. De laatste tijd ben ik namelijk een zeldzame verschijning geweest in de gele trein. Het kilometerklassement van 2026 kan ik ondertussen gerust op mijn buik schrijven. Drie kleine kinderen blijken verrassend veel tijd te kosten. Daarnaast had ik mezelf ook nog een ander doel gesteld dan wekelijks laagvliegen over de Oesterdam.
Of eigenlijk: Mark had ons daartoe verleid.
Vorig jaar hield hij een enthousiaste verkooppresentatie over de kwarttriatlon van Oud-Gastel. Zeven fietsers uit Rucphen trapten in zijn praatje en schreven zich vol goede moed in. Gevolg: ik moest ineens leren hardlopen. En naast het fietsen moest er ook gezwommen worden. Tel daar werk en gezinsleven bij op en je begrijpt waarom de heren van 3S mij de laatste maanden veel hebben moeten missen.
Maar goed, al dat trainen bleek zeker de moeite waard! Ik zal het verhaal nog een keer uit de doeken doen, dan kan dit hoofdstuk definitief worden gesloten en worden toegevoegd aan de rijke historie van Rucphen.
Het officieuze Rucphens kampioenschap kwart-triatlon
Op 13 juni stonden we met zenuwachtige bekkies te wachten bij de Vliet. Hadden we alle spullen bij? Hoe voelen mijn benen straks na het fietsen? Nu geen tijd meer voor twijfel, het startschot klonk en we begonnen aan onze sportieve uitdaging van het jaar. In mijn nieuwe wetsuit lag ik zelfs de eerste 500 meter alleen aan kop. Bij het keerpunt begon ik voorzichtig te twijfelen of ik mezelf niet had opgeblazen, maar uiteindelijk kwam er één zwemmer voorbij waar ik mooi kon aanhaken.
Samen kwamen we na 14 minuten en 56 seconden uit het water bij Gastelsfeer. Vervolgens begon de eerste echte uitdaging van de dag: mijn fiets terugvinden tussen de honderdvijftig andere fietsen en een wetsuit uittrekken terwijl je hartslag inmiddels richting de 180 schiet. Ook het aantrekken van compressiesokken over natte voeten bleek een onderdeel waarvoor je eigenlijk apart zou moeten trainen.
Daarna was het tijd voor ons specialisme: stoempen in de polder. Twee rondes rond Oud-Gastel, met windkracht 5 recht op de neus. Hier moesten alle donderdagavonden op de Oesterdam hun nut bewijzen. En dat deden ze. Stoempen, boren en vooral niet stayeren want dat is verboden. Het voordeel van een ronde is dat diezelfde wind de helft van de tijd vriendelijk in de rug blaast.
Na 40 kilometer stapte ik af met een gemiddelde van ruim 37 km/u. Dat was mooi, maar nu kwam het onderdeel waarvoor ik het meest bang was: 10 kilometer hardlopen.
Met frisse tegenzin en enigszins vermoeide benen begon ik eraan. Roy dook direct in mijn kielzog op, wat voldoende motivatie gaf om een tandje bij te zetten. Het parcours rond de visvijver was pittig, met dijkjes die me telkens lieten afvragen waarom ik ook al weer ja had gezegd.
Net begonnen aan mijn tweede ronde kwam Mark voorbij. Hij was bezig aan zijn eerste. "Dit was het," dacht ik. "Over twee rondes vliegt hij me met zijn soepele tred voorbij terwijl ik strompelend de schade probeer te beperken."
Maar dat gebeurde niet.
Tot vijf meter voor de finish schrok ik iedere keer als ik snelle voetstappen hoorde. "Daar is Mark." Maar telkens bleek het een deelnemer van de 1/8 triatlon te zijn die later was gestart. Uiteindelijk kwam de finish in zicht en perste ik er nog een eindsprint uit.
En zo gebeurde iets wat ik vooraf absoluut niet had zien aankomen: ik finishte als eerste Rucphenaar.
Met een eindtijd van 2 uur en 18 minuten werd ik 21e van de 127 mannen. De 10 kilometer liep ik in 52:05 minuten en belangrijker nog: ik won het officieuze Rucphens kampioenschap! Kort daarna kwamen ook Mark, Thom, Leon, Roy, Stef en (niet-Rucphenaar) Marcel binnen. Een prachtige ervaring, een flinke strijd met mezelf en vooral ontzettend leuk om mee te maken!
Maar goed...
Terug naar de orde van de dag
Zondagochtend stonden we niet op om over triatlons te praten, maar om 102 gecategoriseerde kilometers richting de Philipsdam weg te trappen.
Met veertien gele rakkers en twee anders gekleurde gasten verzamelde het peloton zich voor een mooie vakantierit. Ik was ruim op tijd aanwezig, zodat we nog even de opmerkelijke Tourpoule-keuzes van voorzitter Ron konden bespreken. Zijn vertrouwen in Wim van Est en Lance Armstrong als potentiële Tourwinnaars van 2026 riep hier en daar wat vragen op. Helaas weigerde Ron verdere toelichting te geven en hield hij zijn vijftien mysterieuze dark horses angstvallig geheim.
De wind stond stevig uit noordwestelijke richting en vanaf Willemstad maakten we daar al uitgebreid kennis mee. Op Goeree-Overflakkee werd zelfs even het woord waaieralarm genoemd. Dat bleek voldoende reden voor twee bevriende fietsers uit Etten-Leur om tijdelijk asiel aan te vragen in de gele trein.
Zoals bekend zijn wij niet alleen fietsers, maar ook een sociale voorziening voor vermoeide wielrenners. De heren werden keurig opgenomen in onze gele locomotief en draaiden netjes mee in het inmiddels wereldwijd geroemde roulatiesysteem.
Eenmaal op de Philipsdam draaide de wind naar een positie die iedere fietser kan waarderen: vol in de rug.
Opvallend genoeg besloten onze gasten toen direct door te rijden richting de Oesterdam. Van aanhakers werden ze daarmee weer afhakers.
Vakantiebeentjes en vuurwerk
Met de wind in de rug ging het tempo lekker omhoog richting Rucphen. Hier en daar klonk wat gepuf en gesteun. Sommige leden reden nog rond met vakantiebenen. Dat blijft natuurlijk niet onopgemerkt binnen de groep. Wielervrienden zijn namelijk ontzettend behulpzaam. Zodra ze merken dat je het zwaar hebt, helpen ze je zonder aarzeling van de wal in de sloot.
Gelukkig geldt ook hier: als het écht nodig is, laten ze je niet achter.
Alsof het nog niet hard genoeg ging, besloot Peter S. in Bosschenhoofd het landelijke vuurwerkverbod te negeren. Met een verschroeiende demarrage stak hij de lont in het kruitvat en knalde richting 't Wapen.
Rond 11.15 uur arriveerden we daar met een nette gemiddelde snelheid van 32,4 km/u.
Voor mij volgde direct de volgende wisselzone van de dag: van fietser naar vader. Daardoor moest ik de afterparty helaas overslaan. Maar ik twijfel er niet aan dat de gele rakkers zich de gele rakkers weer prima hebben laten smaken. Terwijl onder het genot van een drankje alvast de Tourrit van de middag werd geanalyseerd waar Jonas Vingegaard later die middag helaas zijn Waterloo zou vinden in een stoeprandje.
Wees gegroet,
Bas N.